Harder werken en toch minder stress!

Het klinkt tegenstrijdig. Maar volgens de overheid hoeft het dat niet te zijn. Mits zowel de overheid en maatschappelijke partners hun verantwoordelijkheid maar nemen. De overheid denkt de arbeidparticipatie te kunnen verhogen en tegelijkertijd de ervaren werkdruk te verlagen door  enerzijds het flexibiliseren van arbeid naar tijd en plaats en anderzijds het beter afstemmen van maatschappelijke voorzieningen (scholen, dagopvang, overheidsloketten, medische instellingen en winkels) op werkenden. E.e.a. blijkt uit de reactie van het kabinet op het rapport “Tijden van de samenleving” van de SER. De reactie is afgelopen week verstuurd naar de Tweede kamer. Waarschijnlijk niet geheel toevallig in de week van het Nieuwe Werken.

Net als de SER vind het kabinet dat bedrijven, werkgevers, werknemers, scholen, gemeenten en burgers en zorginstellingen als eerste aan zet zijn. Zij bepalen in hoge mate hun eigen tijden en zullen deze moeten aanpassen. Daarnaast wil het kabinet alle wettelijke belemmeringen wegnemen om flexibilisering van arbeid naar tijd en plaats mogelijk te maken. In dat kader neemt men de volgende initiatieven:

– De Wet Arbeid en Zorg (WAZO), de Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA) en het ouderschapsverlof worden dusdanig aangepast dat ze aansluiten bij de behoeften op de werkvloer.
– Werkgevers die voorlopen qua flexibele regelingen kunnen uitzien naar beloningen. Zo is er een erkenning ‘Maatwerken’ ontwikkeld voor modern werkgeverschap.
– Werkgevers kunnen ook subsidie aanvragen voor sociaal innovatieve projecten, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidstijdenmanagement.
– Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stimuleert flexibele arbeid met het project ‘Het Nieuwe Werken’. Het Platform Slim Werken Slim Reizen zorgt voor de uitvoering hiervan.

 

Hoewel ik denk dat de maatregelen van de overheid niet geheel voor niets zijn, denk ik dat het uitgangspunt dat werkgevers, werknemers, scholen en overige instellingen als eerste aan zet inderdaad een zeer terechte is. Immers, er zijn genoeg bedrijven die onder de huidige wet- en regelgeving arbeid nu al flexibiliseren naar tijd en arbeid. Bij ons de zaak doen we dit al ‘minstens tien jaar, waarbij we de afgelopen jaren enorme slagen hebben kunnen maken als gevolg van alle technologische ontwikkelingen. Vergaderen op afstand m.b.v. webconferencing, waarbij alle deelnemers vanuit huis inloggen: het is bij ons dagelijkse kost. Ik kan me er ook niets bij voorstellen dat ik ’s morgens aansluit in een file. En Expanding Visions is daar natuurlijk niet uniek in. Veel meer (met name kennisintensieve) bedrijven werken inmiddels op deze manier.

 

Bij alle bedrijven en instellingen waar het werk zich leent voor flexibilisering naar tijd en plaats zijn dus waarschijnlijk bewust andere keuzes gemaakt dan bijvoorbeeld bij ons. Waarbij ik durf te stellen dat vervolgens wet- en regelgeving vervolgens als excuus wordt gebruikt om niet te flexibiliseren. Voor dit soort organisaties zal het waarschijnlijk niet helpen wanneer wetgeving wordt aangepast, op scholen het continuerooster wordt ingevoerd en openingstijden van bijvoorbeeld medische instellingen worden opgerekt. Het kan allemaal helpen, maar waar het fundamenteel om gaat is dat een organisatie een mindshift maakt. In veel gevallen is een cultuurverandering nodig.

 

Dat vraagt om een substantiële inspanning van de organisatie. Neem bijvoorbeeld de gemeente Heemstede dat vorige week de Telewerkprijs 2011 kreeg uitgereikt. Daar werkt men al jarenlang aan een attitudeverandering bij management en medewerkers. Bij de inspanning die daar is gedaan in de B van behaviour doet de investering in de B van bricks en de B van bytes grotendeels verbleken.

 

Ik denk overigens dat investeren in de B van behaviour absoluut noodzakelijk is wil de flexibilisering van de arbeid naar tijd en plaats niet juist een stressfactor worden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *