Waar blijft de digitale overheid?

Hij gaat er komen hoor, het papierloze kantoor. Te beginnen met de papierloze overheid. Althans, volgens oud-minister Tineke Netelenbos. Met name het hyperdigitale Denemarken dient hierbij als lichtend voorbeeld. Vraag is of het Deense model zo eenvoudig op de Nederlandse situatie kan worden toegepast. Ik denk van niet.

Mevrouw Netelenbos werkt inmiddels voor ECP (platform voor de informatiesamenleving) en is daar voorzitter van het programma digivaardig en digiveilig. Het terugdringen van het papiergebruik door vergaande digitalisering is een van de speerpunten. Het Deense model wat hierbij als voorbeeld moet dienen is op zich niet zo bijster revolutionair. Wat de Denen vooral gedaan hebben is het harmoniseren en centraliseren van noodzakelijke infrastructuur. Zo heeft elke burger middels een eenduidig authenticatiemiddel toegang tot alle digitale overheidsdiensten. Een soort DigiD dus. En alle burgers kunnen beschikken over een digitale postbus, specifiek voor communicatie met de overheid. In Nederland hebben wij hiervoor MijnOverheid. Op zich niets nieuws onder de zon. Het verschil zit echter in 2 dingen: gebruiksgemak en gebruiksplicht.

Het gebruiksgemak van de Deense toepassing zit met name in de integratie met andere (niet overheids) diensten. Zo kan het genoemde authenticatiemiddel ook worden gebruikt om in te loggen bij de bank. Een eenvoudige ‘single-sign-on’ voor meerdere diensten. Dan worden burgers in ieder geval eerder verleid tot het gebruik van deze diensten. Maar daarnaast kent het Deense model een gebruiksplicht. Zo wordt het volgend jaar voor burgers verplicht om alle overheidsformulieren digitaal via internet in te vullen.

Het zijn juist deze twee zaken waar het in Nederland aan ontbreekt. Zo pleit mevrouw Netelenbos voor een verplichte digitale communicatie met de overheid, maar als diezelfde overheid zelf nauwelijks het goede voorbeeld geeft lijkt mij dit toch echt een brug te ver. Een collega van mij heeft reeds twee jaar een digitale postbus van MijnOverheid, maar echt communiceren via deze postbus doet die overheid niet. Belastingzaken worden nog altijd per analoge post verstuurd. Natuurlijk zijn er vanuit de overheid programma’s als i-NUP (onderdeel van e-overheid) opgestart, maar voor de burger is dit tot op heden nog maar weinig ‘verleidend’, laat staan verplicht.

Het ontbreekt bij de Rijksoverheid wellicht aan het besef dat IT dé infrastructuur van de (nabije) toekomst is. Zo wordt er in het regeerakkoord slechts drie(!) keer over IT gerept. Maar misschien ontbrak het in het verleden simpelweg wel aan noodzaak. Nu de bezuinigingsdruk echter zo enorm groot is zal IT als kostenbesparend middel mogelijk weer op de kaart worden gezet. Zo leidt het stoppen met papier binnen de Deense overheid klaarblijkelijk tot een jaarlijkse besparing van 670 miljoen Euro. Dat is omgerekend naar Nederlandse verhoudingen twee miljard. Je zou zeggen dat er morgen direct Kamervragen worden gesteld en dat de regeringspartijen juichend in polonaise door de gangen van de Tweede Kamer lopen. Twee miljard!

Maar dat gaat denk ik niet gebeuren. IT staat nog altijd onvoldoende op het netvlies van de overheid. De echte noodzaak wordt nog altijd niet gezien. In toenemende mate worden we digitaal ingehaald door andere landen. Niet alleen de Verenigde Staten en een aantal Aziatische staten, maar ook steeds meer landen om ons heen. Kijk naar Denemarken of Duitsland. Het grote verschil: daar staat de overheid echt aan het digitale roer!

One thought on “Waar blijft de digitale overheid?

  1. Rob Peters zegt:

    Dag Marcel,
    Maar deels met je stelling eens.
    De ‘front-end’ richting burger is nog niet goed, maar aan de back-end hebben ze met de BAG en zometeen met de BGT echt meters gemaakt.
    Ik kan dingen doen ter ondersteuning van de smanewerking met andere overheidspartners waar de Deense overheid volgens mij alleen van kan dromen.Het stelsel van basisregistraties is onzichtbaar voor de bruger, kost ons honderden miljoenen en begint nu echt ook iets op te leveren. dat geldt dan niet voor die standaard dienstverlening (wat volgens Marcel Hoogwout’s dissertatie geen dienstverlening is maar minder erg pesten)
    maar wél voor het effectiever verrichten van taken zoals het sturen van een geinformeerde brandweerofficier naar een incident.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *