Hoe je net zo innovatief kunt worden als Google

schaamteInnovatie is van levensbelang voor organisaties. Ook voor die in het publieke domein. De huidige tijd kenmerkt zich door een enorme dynamiek met als drivers vaak technologische ontwikkelingen. Organisaties die niet op tijd mee bewegen dreigen marktaandeel kwijt te raken (denk aan onderwijsinstellingen) of ernstige reputatieschade op te lopen (bijvoorbeeld gemeenten). Als er een periode is waarop het gezegde “Stilstand is achteruitgang” van toepassing is, dan is het de huidige wel. Zeker als het gaat om het gebruik van de mogelijkheden die diverse IT-middelen bieden

 

Praktijk is weerbarstig

Toch lukt het veel organisaties maar moeilijk om in beweging te komen. Zo spreek ik regelmatig bestuurders in onderwijsinstellingen die veel harder vooruit zouden willen dan in de praktijk gebeurt. Zij hebben fors geïnvesteerd in apparatuur maar vervolgens hangt er nog steeds een landkaart naast het Digibord voor aardrijkskundeles en hebben kinderen geluk als ze een uur in de week als ze achter een PC (!) zitten. Natuurlijk, er zijn ook voorbeelden van vaak individuele docenten die al veel verder zijn. Maar zij zijn zwaar in de minderheid.

De oorzaken zijn heel menselijk. De meeste mensen hebben van nature een hekel aan verandering en houden er niet van hun comfortzone te verlaten.  Dus doen ze dingen het liefst zoals ze ze altijd al deden. Belangrijkste drijfveer: angst voor het onbekende en angst om de grip kwijt te raken (angst om los te laten).

 

Wat we kunnen en moeten leren van Google

Afgelopen week las ik een interview met Urs Hölzle, de Zwitser die ooit als 8e medewerker bij Google in dienst trad. Op de vraag hoe Google ervoor zorgt dat zij haar innovatieve karakter behoudt antwoordde hij als volgt:

‘Ik denk dat iedereen bij Google zich bewust is van het feit dat je nooit moet denken dat je er bent. Dat is iets wat in de top actief wordt beleden en bij herhaling wordt verteld.
Op het moment dat je je geen zorgen maakt, moet je je zorgen gaan maken. Als je je comfortabel voelt moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Dat betekent namelijk dat je het probleem van gisteren hebt opgelost, maar het probleem van morgen niet ziet.
Je moet altijd op zoek naar de plek waar je geen controle meer hebt, maar waar dat tegelijkertijd nog geen grote problemen oplevert. Daar ontstaan de mooiste dingen.’

 

Verder is het volgens Hölzle van belang dat je als organisatie de beste mensen selecteert en dat er sprake is van een cultuur waarin ruimte bestaat voor het maken van fouten en op het eerste oog misschien rare ideeën.

 

Tot zover niet eens zoveel nieuws. Waar het bij innoveren om gaat is dat je durft los te laten. Wat mij vooral trof in het interview is wat Hölzle zegt als het gaat over de concurrentie met Microsoft en Apple. Volgens Hölzle kan Google deze strijd niet verliezen omdat men zich altijd laat leiden door datgene waar de klanten behoefte aan hebben. En verderop: ‘We kunnen onze gebruikers elke dag opnieuw verliezen. Ze zijn niet ons eigendom. Daarom moeten we het elke dag beter doen dan de vorige dag. ‘Google 2013’ is de grootste concurrent van ‘Google 2012′, niemand anders. Eigenlijk moet je je elk jaar schamen voor het bedrijf dat je vorig jaar was.’

 

Vraag aan alle bestuurders: In hoeverre laat  u zich werkelijk leiden door de behoeftes van uw leerlingen/studenten, respectievelijk burgers? Durft ú écht los te laten en in hoeverre schaamt u zich voor wie u vorig jaar was?

 

Lijkt me een goed voornemen voor iedereen die in 2013 vooruit wil: schaam je voor wat je was in 2012!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *