IT die ook echt gebruikt wordt in de klas

IT in de klasHoe vaak komt het niet voor: een school die vol hangt met digiborden en in ieder lokaal of op de gangen een groot aantal PC’s. Vervolgens hangt naast de digiborden een landkaart ten behoeve van de aardrijkskundeles en wordt het digibord niet gebruikt of uitsluitend voor het bekijken van video’s. De PC’s staan het grootste gedeelte van de dag onaangeroerd of worden primair gebruikt om leerlingen te laten internetten of  “ambrasoften” als ze klaar zijn met hun werk.

 

 

Oorzaak

Voorgaande is veelal het resultaat van welwillende IT-coördinatoren die in de drang naar voren de directie ervan hebben overtuigd dat genoemde middelen moesten worden aangeschaft. Om mee te gaan in de ontwikkelingen. De directie heeft zelf te weinig gevoel bij wat er gebeurt en gaat af op het oordeel van de IT-coördinator. Voordat je het weet schaft zo’n school ook tablets aan (immers de hype van dit moment) om vervolgens te constateren dat ook deze nauwelijks niet gebruikt worden.

 

Is meer IT in de klas dan ongewenst?

Nee, absoluut niet. Wat mij betreft streeft iedere school met het oog op gedifferentieerd leren, passend onderwijs en kennisconstructie naar een 1 op 1 verhouding tussen digitale werkplekken en leerlingen (waarbij ik mij overigens wel afvraag of tablets nu wel zo handig zijn). Voorwaarde daarbij is echter wel dat al die werkplekken daadwerkelijk gebruikt worden in het onderwijsproces. Hoe dit te realiseren?

 

Een paar tips

Om ervoor te zorgen dat IT daadwerkelijk gebruikt wordt is het van belang dat de discussie over nut en noodzaak van IT in de klas niet uitsluitend gevoerd wordt door IT-coördinatoren of I-coaches maar juist door directies en bijvoorbeeld vakgroepen. Directeuren kunnen gezamenlijk de ambities met betrekking tot een te realiseren basisinfrastructuur (hardware, verbindingen en generieke software) bepalen. Vakgroepen kunnen vervolgens bepalen welke IT-middelen (software) zij willen inzetten ten behoeve van hun vakgebied.

Willen directies en vakgroepen deze discussies kunnen voeren, dan moeten zij goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Hier is eventueel een rol weggelegd voor IT-coördinatoren/I-coaches. Zij kunnen de rest van de organisatie wijzen op mogelijkheden en verbanden aanbrengen tussen diverse ontwikkelingen. Wat echter minstens zo belangrijk is, is dat directeuren en leerkrachten zich zelf meer gaan verdiepen in de mogelijkheden en wat er komt kijken bij een succesvolle implementatie van nieuwe toepassingen.

 

Kortom..

Om terug te komen op mijn blog van vorige week: ook een schooldirecteur of leerkracht die roept dat hij/zij geen verstand heeft van IT kan niet meer in deze tijd. Er kan wat mij betreft geen sprake van vrijblijvendheid meer zijn als het gaat om de ontwikkeling van mediawijsheid en IT-vaardigheden van schooldirecteuren en leerkrachten. Als de IT-coördinator zich dan beperkt tot de rol van inspirator is de kans groot dat er eindelijk daadwerkelijk meer gebruik gemaakt gaat worden van IT in de klas. Met alle onderwijskundige voordelen van dien. Want daar draait het uiteindelijk allemaal om.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *