Dilemma’s rond tablets op school

tablets 2Tablets zijn hot. Ook in het onderwijs. Het aantal scholen waar tablets grootschalig zijn uitgerold is echter nog beperkt. Logisch, want er komt best wel wat bij kijken om tablets op succesvolle wijze te integreren in het onderwijsproces. Bij deze een opsomming van een aantal belangrijke vragen waar je als school een antwoord op zult moeten dichten.

 

Wat is de (onderwijskundige) meerwaarde van tablets?

Welke onderwijskundige doelstellingen worden ermee ondersteund, maakt het het werk van de leerkracht makkelijker, is het betaalbaar? Hier begint het eigenlijk allemaal mee. Als je deze vraag/vragen niet kunt beantwoorden is er geen sprake van een businesscase en wordt het lastig om de benodigde (substantiële) investeringen in termen van tijd en geld te verantwoorden en/of überhaubt los te krijgen.

 

Welke apps willen we gebruiken en welke platforms (iOS, Android, Windows) zijn in dat kader geschikt?

De potentiële meerwaarde van het gebruik van tablets schuilt voor een deel in het feit dat je kunt werken met apps. Die zijn er in vele soorten en smaken, maar niet voor ieder platform. De meeste educatieve apps zijn gebaseerd op iOS van Apple en verkrijgbaar in de appstore. Deze apps draaien alleen op een Ipad en dus niet op een android- of windowstablet. Een deel van de apps die is ontwikkeld voor iOS is ook ontwikkeld voor Android en verkrijgbaar in de Playstore. Maar dit zijn er aanzienlijke minder. Het aantal educatieve apps dat is ontwikkeld voor Windows, tenslotte, is zeer beperkt.

In veel gevallen wordt er bij aanschaf van tablets door een school zelf voor gekozen om met één type tablet te werken (met iOS, android of windows als besturingssysteem). Soms laat men zich daarbij leiden door de beschikbaarheid van apps. Zoals hierna duidelijk zal worden zijn er echter meerder factoren die in overweging moeten worden genomen bij de keuze van het type tablet.

Het gebruik van apps in combinatie met BYOD (zie hierna) is lastig, tenzij je voorschrijft welke tablet men mee moet nemen.

 

Hebben we naast tablets bijvoorbeeld ook nog laptops en/of PC’s nodig?

Of kiezen we voor tablets met een docking station? Of tablets in combinatie met een bluetooth toetsenbord (al dan niet in een hoes)? Zoals Frits Pfeiffer recent in zijn blog heeft aangegeven geen makkelijke keuze. De keuze is namelijk reuze.

Bepalend voor het antwoord op voorgaande vragen is in hoeverre leerlingen documenten/presentaties moeten maken, c.q. gebruik moeten maken van zogenaamde cliënt-server software. Op het moment dat leerlingen grote hoeveelheden data moet invoeren (schrijven werkstuk of maken van presentatie) is het toch wel erg handig als zij een apparaat met een toetsenbord hebben.

Cliënt-server software veronderstelt dat je lokaal software kunt installeren (de cliënt). Dit laatste kan bijvoorbeeld wel op een Surface Pro (windows tablet) of een laptop, maar niet op een Surface-tablet, Android-tablet, iPad of Chromebook.

 

Als je voor tablets kiest, welke input en output mogelijkheden wil je dan hebben?

Onlangs vroeg een leerkracht mij hoe zij haar USB-stick met daarop een aantal digitale boeken kon aansluiten op haar Ipad. Ik moest haar teleurstellen aangezien de iPad geen USB-poort heeft. Hetzelfde gold voor de leerkracht die zijn Galaxy tab 2 via HDMI wilde aansluiten op het flatscreen in de klas. Ook dat bleek niet mogelijk. De verschillende mogelijkheden voor input en output via verschillende typen tablets zijn groot. Zowel wanneer je als school besluit zelf tablets aan te schaffen als ook in het geval dat je kiest voor BYOD moet je je bewust zijn van de verschillen op dit vlak tussen de verschillende typen tablets.

 

Heeft iedereen een eigen tablet nodig of moeten verschillende leerlingen met één tablet kunnen werken?

Als je tablets wilt inzetten om het gepersonaliseerd leren te ondersteunen, moet óf iedere leerling een eigen apparaat hebben, óf moet je met meerdere user-accounts op één device kunnen werken. In het geval van Ipads moet iedere leerling een eigen apparaat hebben of moet een hele groep met hetzelfde profiel werken. Meerdere useraccounts zijn namelijk niet mogelijk op een iPad. Op Android-tablets met Android 4.2 of hoger is dit wel mogelijk, evenals op windows-tablets. Daardoor kunnen de Android-tablets en de Windows-tablets door meerdere personen worden gebruikt en kan toch invulling worden gegeven aan het gepersonaliseerd leren.

 

Schaffen we tablets zelf aan of laten we leerlingen hun eigen tablet meenemen (BYOD)?

Veel organisaties denken na over Bring Your Own Device. Drivers hiervoor: je hoeft als organisatie minder te investeren in de aanschaf van apparatuur en je bespaart op het beheer omdat het beheer de verantwoordelijkheid van de gebruiker zelf is. Voor scholen betekent dit dat met BYOD een verhouding van 1 leerling per apparaat ineens veel realistischer wordt.

Maar wat als je als school besluit dat je met betaalde apps uit de Itunes store wilt werken (daar is immers het aanbod van educatieve apps het grootst)? Verplicht je dan iedereen om een iPad aan te schaffen die in veel gevallen duurder is dan een Android-tablet en leg je – om ouders tegemoet te komen – als school het verschil bij? Hoe ga je überhaubt om met (betaalde) apps. Hoe borg je dat deze inderdaad op de tablets van de leerlingen staan en wie betaalt de apps en hoe? Krijgen alle leerlingen bijvoorbeeld een iTunes kaart, zoals sommige scholen doen?

Wat als je school in een wijk staat waar het gemiddeld inkomen laag is? Deze week sprak ik nog een leerkracht van een school waar 30% van de ouders uitsluitend een smartphone heeft. Tablets, laptops en PC’s ontbreken. Bij de 70% die wel een PC of laptop heeft gaat het vaak om een verouderd model. Kun je in dat geval als school vragen dat mensen voor hun kind(eren) een tablet aanschaffen? Je zult dan toch ook moeten kijken in hoeverre je als school iets kunt bijdragen of voor de kinderen waarvan de ouders het niet kunnen betalen als school een apparaat aanschaft. Maar mogen die apparaten dan ook mee naar huis zodat ze ook thuis nog het e.e.a. kunnen doen? Net als de kinderen die hun eigen apparaat meebrengen?

 

Hoe gaan we als school om met de verzekering?

Op het moment dat je als school besluit tablets zelf aan te schaffen moet je bepalen hoe je omgaat met de verzekering. Immers: het zijn kwetsbare apparaten en je kunt ze niet zoals PC’s vastleggen, waardoor ze ook interessant zijn voor het inbrekersgilde. Iets wat overigens weer pleit voor BYOD. Dan heb je ’s nachts nl. niet grote hoeveelheden apparatuur in de school liggen.

Ook in het geval van BYOD moet je goed nadenken over hoe je te verzekeren. Maar dan op het vlak van aansprakelijkheid. Uit publicaties blijkt dat ouders steeds meer de neiging hebben school aansprakelijk te stellen op het moment dat er op school iets kapot gaat. Bijvoorbeeld wanneer een kind een gat in de broek valt tijdens het buiten spelen.

 

Hoe zorgen we er in geval van BYOD voor dat leerlingen hun tablet veilig kunnen opbergen tijdens pauzes/gymlessen etc?

Als je als school zelf tablets aanschaft, zul je ook voor goede opbergmogelijkheden moeten zorgen. Aanschaf van een tabletkar ligt dan voor de hand. Maar wat te doen in het geval van BYOD? Kinderen zullen niet de hele dag op een tablet werken en bovendien zijn er verschillende momenten in de dag/week dat er niemand in de klas aanwezig is. Kunnen kinderen hun apparatuur dan wel onbeheerd laten liggen in de klas (bijvoorbeeld als ze naar gymles gaan)? Zorg je er dan als school voor dat het lokaal kan worden afgesloten? Of is het wellicht verstandiger kluisjes aan te schaffen? Of toch ook maar een tabletkar?

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *