Tijd voor een nieuwe taal in het onderwijs

nieuwe_taalNederlands, Engels, Duits en Frans. Wie heeft het niet als vak op school gehad. Sommige van ons hebben ook hun tanden stukgebeten op Grieks en Latijn. En in de nieuwe wereld van de 21e eeuw zien we ook de opkomst van talen als het Chinees. Maar hoe zit het nu eigenlijk met die echte nieuwe taal van de 21e eeuw, de computertaal?

Nou, behoorlijk belabberd. Zeker tot en met het Voortgezet Onderwijs is er nauwelijks aandacht voor het leren van een programmeertaal. Natuurlijk zijn er her en der wel wat initiatieven, vooral gevoed door enthousiaste docenten, maar structureel is het niet. Pas in het vervolgonderwijs zien we het vak ‘programmeren’ wat meer naar voren komen. Feit is dat de meeste jongeren die zich een computertaal eigen maken, dit vooral zelfstandig en buiten de school om doen. En dat is een gemiste kans. Want het leren van een computer/programmeertaal heeft net als bij het leren van een ‘gewone’ taal meerdere doelen. Net zoals we bij het leren van de Duitse taal niet alleen leren te communiceren in het Duits. We leren middels de taal (door proza en poëzie) tevens over de achtergrond en geschiedenis van het land. Als we de taal spreken, begrijpen we het land en zijn inwoners ook een beetje beter. En zo is het ook met computers. Toen ik (in een donkergrijs verleden) mijn eerste instructies aan een computer gaf middels zelf geschreven code leerde ik vooral veel over de onderliggende technologie van de computer (‘hoe werkt dat ding nou echt?’). En dat is kennis waar ik tot de dag van vandaag nog heel veel aan heb.

Tijd dus voor een nieuwe taal in het onderwijs. Nu bestaat er niet zoiets als dé programmeertaal. Programmeertalen kun je het beste vergelijken met het Chinees, ook vooral een verzamelnaam voor een groep van talen. Maar dat maakt verder niet uit. Het gaat om het principe van ‘leren programmeren’. Iedereen die programmeertaal X machtig is zal met enige bijscholing ook taal Y zich eigen kunnen maken. En daar kan je dus niet vroeg genoeg mee beginnen. In Engeland hebben ze dat inmiddels begrepen en wordt er een door de overheid geïnitieerd programma uitgerold. In de Verenigde Staten zien we vergelijkbare initiatieven. Of deze revolutie ook daadwerkelijk grootschalig voet aan de grond krijgt is nog maar af te wachten. Wat deze initiatieven namelijk gemeen hebben is dat ze nog grotendeels ‘buiten’ het reguliere schoolsysteem plaatsvinden. Aparte opleidingen die kinderen op de woensdagmiddag of in vakantieperioden volgen. En dat is jammer, want leren programmeren is een direct onderdeel van de veelbesproken vaardigheden voor de 21e eeuw en daarmee zou het een plek binnen het schoolonderwijs moeten krijgen. Ik ben benieuwd naar de initiatieven in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *