Ik moet eerst een cursus volgen!

goede`Ik moet eerst een cursus volgen`, hoor ik een leerkracht zeggen als zijn afdelingsleider hem vraagt waarom hij nog geen gebruik maakt van digitale middelen in zijn les. Hij legt uit dat hij zich eerst meer in de materie wil verdiepen, met een goede aanpak wil komen en pas dan daadwerkelijk wil gaan starten. De afdelingsleider denkt daar anders over. Er zijn voldoende workshops geweest die bouwstenen hebben aangedragen. En bovendien: collega’s zijn al lang gestart, waarom hij dan niet?

Iedereen leert anders. Mijn zoon van 14 ziet een appje bij een vriend en gaat deze eerst installeren en gebruiken, beslist vervolgens wat hij ervan vindt en pas als dat positief uitvalt, is hij bereid er iets over te leren. De leerkracht in bovengenoemd voorbeeld wil eerst voldoende kennis vergaren om zijn gedrag vervolgens te gaan aanpassen.

Over vormen van leren (leerstijlen) is veel geschreven. David Kolb (1939) is een leerpsycholoog en pedagoog uit de Verenigde Staten die bekend is geworden door zijn theorie m.b.t. leerstijlen en de leercyclus. In het onderwijs onderscheidt hij vier gedragingen en vier bijhorende leerstijlen waar leraren hun voordeel mee kunnen doen bij het begrijpen van de leerstijl van leerlingen. Ze kunnen de leerstof zo aanbieden dat de leerling er iets mee kan. Kolb is van mening dat onderwijs vaak te beperkt is in het gebruik van leermethoden. Hierdoor krijgen leerlingen alleen les volgens de stijl die past bij hun vakgebied of volgens de stijl die de docent het makkelijkst vindt. Hij vindt dat iedereen alle stijlen zou moeten beheersen.
Zijn theorieën zijn echter veel breder toepasbaar dan alleen binnen het onderwijs en de relatie leerkracht-leerling:

  • De leerkracht uit het voorbeeld hierboven is een denker. Hij werkt graag zelfstandig om zich eerst een goed beeld te vormen van de theorie. Hij kan goed redeneren en is het liefst bezig met het vertalen van observaties in hypothesen en theorieën.
  • Mijn zoon is een doener, hij vertoont een combinatie van experimenteren en concreet ervaren. Hij heeft voorkeur voor situaties waarin hij zo snel mogelijk aan de slag kan en leert het best wanneer er ruimte is voor oefenmomenten. Gissen en missen hoort bij de doener.
  • Dan zijn er nog dromers, zij hebben een voorkeur voor concreet ervaren en reflectief observeren. Ze zoeken leersituaties op waarin zij zelf kunnen meemaken hoe iets in de praktijk uitpakt. Zij hebben de neiging problemen van alle kanten te bekijken en zien steeds weer nieuwe ingangen en oplossingen.
  • De laatste is de beslisser. Beslissers nemen initiatief en durven experimenteren. Bij het hanteren van een probleem gaan zij probleemoplossend te werk. Ze functioneren optimaal als zij een leertaak kunnen beginnen met kennisname van duidelijk en beknopt geformuleerde regels en principe, die zij dan in een oefensituatie kunnen verwerken.

Leerstijlen kunnen ons helpen verklaren waarom de ene leerkracht sneller inspeelt op nieuwe ontwikkelingen dan de ander. Bovendien kunnen we er gebruik van maken door de rollen en taken die we toebedelen aan te passen aan de leerstijlen. De leraar uit het voorbeeld kunnen we uitstekend inzetten als inhoudelijk specialist. Een diepgaande cursus is aan hem besteed. Hij kan vervolgens zijn doener- collega’s ondersteunen bij de missers die zij begaan.

Wat is jouw leerstijl? : https://www.123test.nl/leerstijl/

 

Barbara Stolte

Project manager

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *