Internet en onderwijs: een gelukkige combinatie?

Steeds meer activiteiten vragen om het gebruik van digitale technologie en veel van die technologie veronderstelt verbinding met het Internet. Always-on is de standaard geworden. Voor de jonge generatie is technologie als lucht: het is er gewoon. Voor het onderwijs betekent dat: het Internet maakt deel uit van het onderwijs, of je nu wilt of niet. De invloed van het Internet op het onderwijs is echter niet eenduidig en ook niet eenvoudig.

Tijdinternet voor een verkenning van deze combinatie vond Neil Selwyn, professor in Education in Melbourne. Zijn verkenning is genuanceerd en leidt tot de volgende conclusies.

 

 

 

 

 

Mogelijkheden van het Internet

Het Internet is te zien als een uitbreiding van wat in het onderwijs gebeurt: informatie uitwisselen, communiceren, samenwerken, kennis creëren. Selwyn werkt deze benadering uit in 4 mogelijkheden:

  1. Internet biedt individuele leerlingen meer vrijheid ten opzichte van de beperkingen van de fysieke wereld. Onderwijs kan any time, any place plaatsvinden at any pace.
  2. Internet biedt ondersteuning voor een manier van leren die ‘bottom-up’ werkt: leerlingen verkennen gezamenlijk, versus ‘top-down’: individuele instructie. Deze benadering sluit goed aan bij de sociaal constructivistische leertheorie: situationeel leren, authentieke leerervaringen en gezamenlijk verwerken.
  3. Internet biedt connectiviteit tussen mensen op grote schaal. Daardoor ontstaat een nieuwe, meer vloeibare, vorm van kennis vergaren, gebaseerd op het vinden van de juiste bronnen op het juiste moment. Het leggen van verbindingen is dan belangrijker dan het individueel verzamelen van kennis.
  4. Internet biedt leerlingen de mogelijkheid op een eigen manier te leren. Leerlingen kunnen meer controle uitoefenen over wat zij wanneer leren en met welke bronnen. Internet is een bron voor gepersonaliseerd leren.

Gevolgen van het Internet

Selwyn verdeelt de groepen die zich uitspreken over de gevolgen van het Internet in tweeën: re-schooling en de-schooling. Bij re-schooling gaat het om de groepen die pleiten voor zaken als het ontwikkelen van geheel nieuwe curricula rondom sociale interactie, exploratie, gaming en making. Bij de-schooling gaat het om groepen die het Internet willen gebruiken voor het laten verdwijnen van bestaande instituten voor leren en pleiten voor zelfbepaling, zelfregulering, zelforganisatie en do-it-yourself.

De visionaire vergezichten van degenen die roepen dat het Internet het onderwijs gaat veranderen staan vooralsnog ver van het werkelijk gebruik van het Internet voor onderwijs.

Bestaande toepassingen van het Internet voor onderwijs

Bestaande toepassing van het Internet voor onderwijs deelt Selwyn als volgt in:

  • Vormen van e-learning. Hierbij wordt content aangeboden aan leerlingen via Internet. De werkwijze lijkt in belangrijke mate nog steeds op distance learning, maar dan met toepassing van digitale technologie. Het gaat veelal om bestaande vormen van onderwijs: een programma in de vorm van lessen met opdrachten. Soms wordt zelfs een klaslokaal virtueel aangeboden.
  • Open creëren van informatie, met Wikipedia als grootste en meest aansprekende voorbeeld. Er zijn echter vele vormen van online leren waarbij de Wiki-technologie wordt ingezet. Kern van dit leren is dat ieder nieuwe informatie kan creëren die voor alle deelnemers beschikbaar komt.
  • Open Educational Resources: het gaat hier om open leermiddelen die via Internet beschikbaar worden gesteld. Daar zijn gespecialiseerde repositories voor, maar ook YouTube EDU, iTunes U of Khan Academy bieden open leermiddelen. MOOC’s zijn te zien als een specifieke vorm van open leermiddelen (er zijn ook gesloten MOOC’s ).
  • Initiatieven als Hole-in-the-wall of School in the cloud, waarbij het gaat om onderwijs dat minimaal sturend is naar leerlingen. Leren gebeurt op eigen initiatief en op eigen wijze, eventueel met stimulerende mentor.
  • Informeel leren. Het Internet wordt veel gebruikt om gewoon ‘rond te hangen’ met anderen of ‘aan te rommelen’ met gelijkgezinden, vaak resulterend in een community. Ondanks de informele structuur moet deze vorm van leren niet worden onderschat.

De meest succesvolle toepassingen van internet gebaseerd leren zijn grotendeels een weerspiegeling van het reeds bestaande onderwijs: de indeling van de leerstof, individuele toetsing, inzet van experts voor kennisoverdracht. “Computer meets classroom – classroom wins”. Zo radicaal zijn de veranderingen dus niet die internet gebaseerd onderwijs tot stand brengen.

Veranderingen in het onderwijs door het Internet

Wat zijn dan de belangrijkste veranderingen die het Internet veroorzaakt voor het onderwijs? Die blijken voor een belangrijk deel sociaal en cultureel te zijn:

In de eerste plaats veroorzaakt het Internet een verschuiving naar individuele keuzen en verantwoordelijkheid hiervoor. In vergelijking tot traditioneel onderwijs vraagt onderwijs via Internet om zelfverantwoordelijke, zelfbepalende leerlingen. Deze vergaande gepersonaliseerde vorm van leren is voor sommige leerlingen een zegen, maar het is maar de vraag of dat voor alle leerlingen geldt.

In de tweede plaats zorgen digitale vormen van leren voor steeds data gedreven onderwijs. Learning analytics leiden tot gespecificeerde profielen op basis van geleverde prestaties. Die profielen kunnen vervolgens worden gebruikt om leerstof en wijze van aanbieden te laten aansluiten bij de kenmerken van een leerling. Daar zijn goede resultaten mee te halen. Toch zijn ook hier vragen bij te plaatsen, zoals: in welke mate zijn data profielen voorspellend, leiden de profielen niet tot ongewenst labelen van leerlingen, welke belangrijke eigenschappen worden er niet gemeten en dreigen daarmee buiten beeld te raken?

Een derde ontwikkeling die het Internet met zich meebrengt is dat private partijen in toenemende mate onderwijs aanbod gaan verzorgen. Ook dit effect is niet eenduidig positief. Aan de plus kant van commerciële onderwijs aanbieders staan: meer inbreng van kapitaal, een sterkere klantgerichtheid, gezonde competitie met bestaande instellingen. Aan de min kant van dit verschijnsel staan: het risico op uitsluiting van kwetsbare en/of arme groepen, ondernemers kunnen failliet gaan of van koers veranderen, onderwijskundige waarden worden bepaald door partijen buiten de publieke sector.

Tenslotte draagt Selwyn een effect aan dat samenhangt met de opdringerige wijze waarop digitale technologie zich in ons leven nestelt: always-on betekent dat alles wat via het Internet tot ons komt er ook altijd is, dat geldt voor werk, sociale contacten, kopen, maar dus ook leren. Leerlingen krijgen te maken met een constante aanwezigheid van onderwijsaanbod kenmerkend voor het Internet: individueel, competitief en met permanente feedback loops. Het lijkt niet overdreven te stellen dat zonder tegenwicht in de vorm van werkelijke sociale interactie dit een verarming van het onderwijs zou zijn. Internet-2

Kortom, het onderwijs ontkomt er niet aan om te reageren op de bestaande invloeden van het Internet. Bewust gebruik maken van de mogelijkheden van het Internet biedt vele kansen, met name waar het gaat om personaliseren van het onderwijs, zowel in het aanbod van de stof als in de zelfstandigheid van leerlingen bij het bepalen van hun leeractiviteiten. Daar tegenover staat dat internet gebaseerd onderwijs om voldoende tegenwicht vraagt. Er ontstaan nieuwe pedagogische opgaven als: begeleiding van zelfstandige leeractiviteiten, voldoende verwerking in een sociale omgeving, aandacht voor persoonlijke vorming buiten digitale prestaties en het tegengaan van uitsluiting van leerlingen die zich minder thuis voelen in de geïndividualiseerde en competitieve wereld van het Internet.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *