Kan het onderwijs zich zelf innoveren?

De innovatie van de muziekindustrie is met MP3 en streaming diensten van buiten gekomen, de innovatie van de taxi sector komt met Uber van buiten. Kan het onderwijs zich zelf innoveren met de inzet van ICT?

Eerst moeten we kijken wat er met innovatie wordt bedoeld. In de kern gaat het bij innovatie om iets nieuws (een vinding) die waarde toevoegt voor de gebruiker (een vinding die dus wordt toegepast). In de ronkende publicaties over radicale of disruptieve innovatie gaat het vaak om voorbeelden als de introductie en verspreiding van de iPhone of iPad. Dan gaat het echter om het veroveren van een markt met een nieuw product. Veranderen van een professionele en publieke dienst als onderwijs is van een andere orde. Daar helpt geen slimme marketing of concurrerende dienst van buiten de sector. Digitale vormen van onderwijs die van buiten komen (zoals MOOC’s of Khan Academy) hebben maar heel beperkte invloed. Hoe kun je in het onderwijs innoveren met ICT?

Innovatie 3

Voor het beantwoorden van die vraag kan geput worden uit kennis en ervaring die eerder is opgedaan. Innovatie is een onderwerp waar al vele jaren onderzoek naar wordt gedaan en daar is het een en ander uit te leren als het gaat om innovatie in het onderwijs. Een waardevolle bron waar uit geput kan worden is het klassieke Diffusion of innovation van Everett Rogers. Innovatief aan dit boek is in ieder geval dat het 5x geschreven is. Rogers eerste uitgave dateert van 1962, daarna heeft hij het 4x herschreven op basis van nieuw onderzoek en inzichten (de laatste versie is van 2003).

Het boek is rijk aan inzichten over de verspreiding van heel verschillende innovaties in de afgelopen 50 jaar. Rogers put vooral uit ervaringen van antropologen en sociologen: hoe verliep de adoptie (aanvaarding) van nieuwe gewassen (de groene revolutie), gebruiken (water koken voor consumptie), hulpmiddelen (tractoren), consumentenproducten (mobiele telefoons). Een goed verlopende verspreiding van een innovatie (uitgezet in nieuwe gebruikers per tijdseenheid) biedt het beeld van een normaalverdeling: eerst een beperkt aantal gebruikers, dan een versnelling van nieuwe gebruikers tot een piek, daarna een geleidelijke afname. Wetenschappers worden altijd erg blij van normaalverdelingen, maar hoe bereik je nu in de praktijk van het onderwijs een geslaagde invoering van nieuwe technieken als internet, mobiele devices of elektronische leermiddelen? Of, belangrijker nog, hoe bereik je de noodzakelijke veranderingen in cultuur, gedrag en organisatie die nodig zijn voor de gewenste resultaten met de toepassing van deze technieken?

Eerst de spoiler: voor het succesvol verspreiden van innovaties in organisaties is geen wetenschappelijk beproefde werkwijze beschikbaar. Iedere innovatie is een proces met unieke kenmerken, meer dan een project met planbare mijlpalen. Toch zijn er veel bruikbare inzichten waarmee valkuilen kunnen worden vermeden en de mate en snelheid van de verspreiding kan worden verhoogd. Hier een (hele) kleine selectie van inzichten uit Rogers boek:

  • Iedereen die een innovatie adopteert doorloopt een aantal fasen. Wil je bereiken dat je doelgroep een innovatie overneemt moet er eerst voldoende informatie zijn, pas daarna is er ruimte om mensen te verleiden tot gebruik. Enthousiaste verleiding zonder voldoende voorafgaande informatie gaat fout.
    Nog een les uit deze fasering: na de verleiding neemt iemand een beslissing die ook geborgd moet worden. Iemand een vernieuwing laten toepassen zonder nazorg betekent dat de vernieuwing weer verloren gaat. Dus: er is nu schoolbreed wifi en de hele klas heeft een tablet is niet genoeg om een bestendige vernieuwing tot stand te brengen.
  • Als er een normaalverdeling is dan zijn er binnen die verdeling ook categorieën te onderscheiden: degenen die snel adopteren en degenen die dat langzaam doen. Onderzoek heeft opgeleverd dat er 5 groepen zijn te onderscheiden met verschillende kenmerken. Een praktische les is de volgende: de eerste groep die een innovatie omarmt hoeft niet dezelfde groep te zijn als die die de meerderheid meekrijgt. Soms is er een groep eerste gebruikers die te ver op de troepen vooruit loopt en zich niet goed meer kan verplaatsen in de weerstand van anderen. “Je kunt toch makkelijke even dat digitale lesmateriaal aanpassen of je maakt het gewoon zelf” is niet voor iedereen weggelegd en dat hoeft ook niet. Wanneer geen brug geslagen wordt met de meerderheid blijft de voorhoede geïsoleerd.
  • Voor een succesvolle verspreiding van een innovatie is de informele persoonlijke communicatie van groot belang. Rogers geeft een leuk voorbeeld van de verspreiding van wiskunde onderwijs op een nieuwe grondslag (de verzamelingenleer) over de scholen in een staat in de VS begin jaren 60. In het begin zijn er paar een paar scholen die het nieuwe wiskunde onderwijs toepassen, tot er een groep bevriende wiskundeleraren van verschillende scholen zich stort op de nieuwe methode. Daarna neemt de verspreiding een snelle vlucht.

Daar sta je dan als schoolleiding met een aantal geweldige plannen gebaseerd op de innovatieve toepassing van ICT. Gepersonaliseerd leren kan loskomen van volgsystemen en bijles en werkelijk gebaseerd worden op kenmerken en interesses van leerlingen. Het onderwijs innoveren met ICT kan, maar voor de veranderingen die nodig zijn om tot het gewenste onderwijs te komen is een andere aanpak nodig dan die voor de technische invoering van ICT middelen. Het gaat om veranderingen die een lange tijd nodig hebben en waarin planmatig gebruik wordt gemaakt van de unieke kenmerken van een school of scholengemeenschap.

Geslaagde veranderingen lijken altijd vanzelf te gaan, alsof ze toevallig tot stand komen.  De kunst is om het toeval te organiseren. Daarvoor is een procesaanpak nodig die put uit een gereedschapskist die gevuld is met inzichten en hulpmiddelen van veel verschillende disciplines en veel verschillende achtergronden.Innovatie

One thought on “Kan het onderwijs zich zelf innoveren?

  1. Line Gevers zegt:

    Ik ben de mening toe gedaan dat er op dit moment reeds heel veel ICT toepassingen bestaan die het onderwijs kunnen innoveren. Een aantal hiervan zoals bijvoorbeeld het digitale schoolbord is vaak zelfs al aanwezig.

    Echter worden deze hulpmiddelen vaak nog niet gebruikt naar hun mogelijkheden, waardoor ze de echte toegevoegde waarde missen. Dit is erg zonde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *