Wie zit er te wachten op innovatie?

Innovatie wordt steeds meer de heilige graal van de wereldeconomie. Wie niet mee doet kan uitgerangeerd raken (Kodak, Xerox), wie vol inzet op innovatie bloeit (Apple, Google). Veel innoveren is het devies en bij voorkeur disruptief (innovatie die een nieuwe markt creëert of een bestaande op zijn kop zet). Maar wat is innovatie eigenlijk en hoe innovatief moet een scholengemeenschap zijn?

Om met het eerste te beginnen: innovatie is niet heel eenduidig gedefinieerd. Er is een definitie van de OECD die vaak wordt gebruikt, daarin wordt innovatie beschreven als de implementatie van een nieuw of sterk verbeterd product (of dienst), proces, methode of organisatie van het werk. Het is duidelijk dat ‘nieuw’ en ‘sterk verbeterd’ nogal vage begrippen zijn. Essentieel, ook voor onderwijs, is dat het gaat om daadwerkelijke toepassing van een vernieuwing, die waarde toevoegt voor de organisatie (voor leerlingen, leerkrachten, ouders).

Bovenop een vaag begrip komen populaire opvattingen over innovatie die ook niet bijdragen tot iets als een helder innovatie beleid. Belangrijke heersende opvattingen over innovatie zijn:

  1. Hoe groter de verandering hoe beter.
  2. Veranderingen hebben betrekking op technologische vernieuwing of maken hier gebruik van.
  3. Deelnemers aan de scholengemeenschap hebben behoefte aan innovatie.

Deze populaire opvattingen zijn niet alleen onjuist, maar kunnen een school ook veel ellende bezorgen in de vorm van mislukte experimenten, geen effectieve besteding van middelen of gefrustreerde leerkrachten. Het is daarom zinvol deze opvattingen eens onder de loep te nemen.

Hoe groter hoe beter

Er kunnen zich ook voor scholen grote veranderingen voordoen, zoals de inrichting van een nieuw schoolgebouw, de invoering van een heel ander rooster of een nieuw curriculum, maar over het algemeen zijn veranderingen een optelsom van veel kleine activiteiten. Een geslaagde verandering wordt daarom meer bepaald door de mate waarin een verandering gedragen wordt dan door de omvang. Een voorbeeld: Een school heeft voorzieningen gecreëerd waarmee leerlingen op door henzelf gekozen tijd en plaats digitaal leerstof kunnen oefenen. De kracht van deze verandering wordt vervolgens bepaald hoe leraren en leerlingen hier concreet mee aan de slag gaan: is het oefenen verwerkt in het lesprogramma, wordt het oefenen gestimuleerd, wordt er begeleiding gegeven bij het oefenen, worden de resultaten gebruikt, gaat dit per vak en per leerjaar op een vergelijkbare manier enz. Het gaat hier dus om innovatie met weinig Big Bang en veel kleine stapjes.

Sociale innovatie Innovatie gaat om technologie

Uit Nederlands onderzoek in de industriële sector komt naar voren dat technologische innovatie 25% van het uiteindelijke innovatiesucces bepaalt. Daartegenover staat dat sociale innovatie, bestaande uit management, organisatie en arbeidsaspecten, voor 75% van het succes zorgt. Het zou kunnen dat het belang van sociale innovatie voor een onderwijsorganisatie nog groter is.

Een voorbeeld: een school kiest ervoor meer bevoegdheden en budget te delegeren naar teams van leerkrachten. Dit leidt tot een aantal veranderingen: de teams passen meer onderlinge taakverdeling toe, grotere delen van het curriculum worden zelf ontworpen of aangepast, er wordt meer gebruik gemaakt van aaneengeschakelde lesuren met een afwisseling van verschillende werkvormen. Bovendien: er is nieuw elan en enthousiasme bij de leerkrachten. Al deze innovatie draait niet om technologie, maar om veranderingen in de organisatie.

Er is behoefte aan innovatie

Hoewel beleidsmakers innovatie omarmd hebben als een belangrijk begrip en een wenselijk doel, is hier toch enige relativering op zijn plaats. Economisch gezien is innovatie een middel om nieuwe omzet te creëren of bestaande omzet te behouden. Maatschappelijk gezien is innovatie een middel om tot oplossingen te komen voor sociale vraagstukken. Het gaat er bij innovatie niet om de vernieuwing op zich, maar om een betere oplossing voor een bestaand of latent probleem. Klanten zitten niet te wachten op innovaties, maar op betere oplossingen. Zo bestaat bijvoorbeeld de techniek van online leren al heel lang, vooral toegepast door dunbevolkte landen waar fysieke afstanden een belemmering zijn om leraren en leerlingen bij elkaar te brengen. Met diezelfde techniek kun je echter een oplossing aanbieden waarbij binnen een leerjaar een grotere differentiatie in leertrajecten mogelijk is. Hier is de techniek dus niet nieuw, maar wel de oplossingSociale innovatie.

Een aansprekend voorbeeld van innovatie komt van iemand als de Engelse docent scheikunde Jim Baker. Hij bedacht in de jaren ’80 (!) dat het beter was om het lesgeven om te keren: in plaats van lesgeven aan leerlingen die niet weten waar je over praat en ze daarna er huiswerk over laten maken, beter eerst leerlingen voorbereidend huiswerk laten doen en in de les de stof doornemen waar de leerlingen al wat van weten en vragen over kunnen stellen. Wat zijn voorbeeld aantoont is dat het succes van innovatie in een school afhangt van wat er gebeurt tussen leraren en leerlingen, leerlingen onderling en tussen leerlingen en hun ouders. Ieder proces van innovatie zou dat als start- en eindpunt moeten hebben.

Jim baker
Jim Baker

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *