Mens tegen machine: een achterhoede gevecht

SchaakcomputerDe verdergaande robotisering houdt de gemoederen flink bezig. Minister Asscher heeft het inmiddels minimaal drie keer per week over de invloed van de robot op de werkgelegenheid. En ook de verschillende media struikelen over elkaar heen om de robotisering te duiden. Een steeds maar terugkerend mantra is mens tegen machine. Wij tegen hun. Alsof het een wedstrijd is, misschien wel een aanstaande oorlog. Maar moeten we ons echt zo afzetten of kan het ook anders?

Om de snelheid en impact waarmee technologie de samenleving verandert te duiden gebruik ik in presentaties vaak een voorbeeld uit het schaken. Het is het iconische beeld van Garry Kasparov die in 1997 vertwijfeld wegloopt van het schaakbord als hij heeft verloren van IBM’s supercomputer Deep Blue. Wereldwijd kopte de media de volgende dag dat ‘de machine heeft gewonnen’. Maar daar eindigt het verhaal niet. Kasparov had, intelligent als hij is, al snel door dat een computer die 200 miljoen stellingen per seconde kon berekenen een lastige tegenstander is. Maar dat betekent nog niet dat het ding kon denken, laat staan dat het enig intuïtief vermogen had. En dus bedacht hij dat samenwerken met de computer de meeste optimale symbiose zou zijn. De beste schaker is niet de mens of de computer, maar de mens én de computer.

Hier ligt wellicht het antwoord op hoe wij, op allerlei vlakken, automatisering tegemoet zouden moeten treden. Ook in het onderwijs heerst er nog altijd een ambivalente houding ten opzichte van de computer. Voordelen worden wel gezien, maar ‘voor je het weet zoeken ze op internet alles gewoon op’. Ja, dat zou zomaar kunnen. De vraag is of dat nou zo heel erg is. Leerlingen zijn bijna allemaal buitengewoon bekwaam in het bedienen van deze nieuwe technologie. Ze kunnen razendsnel gegevens over van alles en nog wat vinden en delen: ze zijn knoppenvaardig. Maar dat maakt ze nog niet informatievaardig. Het verwerken, analyseren en toepassen van informatie is een vaardigheid die je niet even ‘opzoekt’.

Op alle vlakken in de samenleving, en zeker ook in het onderwijs, zou het helpen als we accepteren dat vechten tegen de machine niet zoveel oplevert. De brute rekenkracht van de computer wint immers altijd. Maar om daadwerkelijk te denken is de mens onmisbaar. Samenwerken met de machine is waar de uitdaging ligt. Dat dit waarschijnlijk leidt tot een volledig andere insteek van onderwijs is vanzelfsprekend een enorme uitdaging. Maar dat maakt het niet minder waardevol. Wees niet zo bang en omarm de computer, het ding is hier op te helpen.

 

One thought on “Mens tegen machine: een achterhoede gevecht

  1. Karel zegt:

    Beste Marcel
    Het komt me allemaal zo bekend voor. Toen ik in 1972 in het onderwijs begon als leerkracht op de lagere school, was net keerpunt gekomen dat de leerkracht niet alles hoefde te weten. Hij mocht zeggen: “Dat zoek ik op.”
    We mochten opzoeken in naslagwerken en later met de computer.
    Ik hoefde geen allesweter te zijn. Ik mag het zijn, maar ik mag ook zeggen dat ik iets niet weet.
    Zo zie ik het ook met de robot en de mens. Inderdaad: Wees niet zo bang en omarm de computer, het ding is hier om te helpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *