Leidt de inzet van IT nu wel of niet tot betere leerresultaten?

Deze week was er veel ophef naar aanleiding van een publicatie van de OESO met betrekking tot de invloed van IT op de leerresultaten. Voor en tegenstanders van het gebruik van IT in het onderwijs vielen over elkaar heen en grepen het onderzoek aan om hun gelijk te halen. Sommige nieuwssites kopten: “Computer verbetert schoolresultaten niet” . Maurice de Hond gaf in een reactie juist aan dat de OESO helemaal niet zo negatief is en dat hij de visie van de OESO onderschrijft dat de inzet van IT om een andere didactiek vraagt, te weten die van de 21e eeuw. Olaf van Miltenburg concludeert in het AD dat de OESO eigenlijk alleen een paar open deuren intrapt door te concluderen dat “niets doen geen optie is” en “overdaad schaadt”. Bij wat ik tot nu toe heb gelezen vielen in ieder geval de volgende zaken mij direct op.

 

Onderzoeksperiode loopt vanaf 2009

De gegevens met betrekking tot het onderzoek zijn verzameld in de periode 2009 – 2012. Dat is dus al een aantal jaren geleden.

Deze week had ik nog een goed gesprek met een aantal mensen uit het VO waarbij het onder andere ging over de verschillen tussen bijvoorbeeld het PO en het VO. De school waar ik was had een experiment met iPads gedaan dat niet echt tot bevredigende resultaten had geleid. Belangrijkste oorzaak: er was te weinig adequate content beschikbaar. Het zogenaamde “boek achter glas” wat daardoor overbleef viel met name bij leerlingen niet goed in de smaak.

Een hele andere ervaring dan degene die ik waarneem bij een aantal PO-scholen waar ik actief ben. Daar maakt het gebruik van de iPads en bijvoorbeeld Snappet-tablets een enorme vlucht. Met name in de onderbouw. Waarom? Omdat voor het PO veel meer apps beschikbaar zijn waarmee speciale vaardigheden kunnen worden getraind (op een voor kinderen aansprekende manier) c.q. de gewenste adaptieve software ontwikkeld is.

Waar binnen het VO behoefte aan is, is adaptieve software en bijvoorbeeld goede video-content om concepten als “the flipped classroom” te ondersteunen. Maar dat is er dus nog onvoldoende. Nu ken ik de buitenlandse markt niet, maar ik kan me niet voorstellen dat ze in het buitenland zo ver voorlopen dat ze daar rond 2010 vergelijkbare content wel beschikbaar hadden. Eén ding is zeker: de apps zoals die er nu zijn voor de iPad en andere tablets waren er toen nog niet.

Tja, dan kun je wel veel apparatuur neerzetten maar dan heb je geen “Vier in Balans”. En dan heb ik het nog niet eens over vereiste vaardigheden van leerkrachten en een onderwijskundige visie ter onderbouwing. Om een voorbeeld te noemen: in Singapore heeft de overheid op een zeker moment besloten grootschalig te investeren in infrastructuur voor alle scholen en ook te investeren in kennis en vaardigheden van leerkrachten. Maar als het niet gelukt is leerkrachten te overtuigen van nut en noodzaak op basis van een gedeelde visie, is het trekken aan een dood paard.

 

Wiskunde en taal staan centraal

De leerresultaten die door de OESO verzameld zijn beperken zich tot wiskunde en taal. Ik vraag mij ernstig af of de grootste toegevoegde waarde van IT op dat vlak ligt. Ik zie eerder toepassingsmogelijkheden bij vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Vakken waar videomateriaal een welkome aanvulling kan zijn op tekst. Bovendien denk ik dat IT vooral een bijdrage kan leveren aan niet zozeer het overdragen van kennis alswel het aanleren van vaardigheden die van leerlingen gevraagd worden in de 21e eeuw: de 21st century skills. Toen ik over het onderzoek van de OESO las moest ik direct denken aan een uitspraak van het CvB van Stichting INOS in Breda: “Liever een 7 voor Grenzeloos Leren (lees: 21st century skills) dan een 10 voor rekenen en taal. Daar neemt men bewust een risico dat de resultaten op het gebied van rekenen en taal minder worden. Echter alleen om op die manier ruimte te creëren om kinderen ook andere dingen bij te kunnen brengen die minstens zo belangrijk zijn.

 

Zoeken naar evenwicht

Wat mij betreft staat de meerwaarde van IT voor het onderwijs niet ter discussie. Mijn oudste zoon is net begonnen op een VO-instelling waar de eerste stappen op het gebied van digitaal onderwijs gezet zijn, maar waar ze ook nog met boeken werken. Moet wel, want niet voor alle vakken is er geschikte digitale content. Zoals blijkbaar voor het vak economie, want mijn zoon zat deze week doodleuk nog te rekenen met 19% BTW. Wanneer de content digitaal was geweest was dit al aangepast aan de actualiteit.

Behalve dat de actualiteit van de content beter geborgd is in geval van digitalisering, kan ook beter worden aangesloten bij de belevingswereld van kinderen door veel beeldmateriaal toe te passen. Het eerste deel van een bekend adagium uit de veranderkunde is: “Zeg het me en ik zal het vergeten, laat het me zien en ik zal het onthouden…”. Beelden blijven nu eenmaal langer hangen en veel kinderen zijn bovendien beeldgeoriënteerd.

Ook biedt digitalisering veel mogelijkheden om te differentiëren en leerlingen meer verantwoordelijkheid te geven ten aanzien van hun eigen leerproces. En dan kom ik op het laatste deel van het hiervoor aangehaalde adagium uit de veranderkunde: …”betrek me en ik zal het begrijpen”. Dan zijn we bezig met leren leren, en wie kan daar tegen zijn?

Tot slot zijn we het naar mijn mening verplicht om kinderen zoveel mogelijk met IT in aanraking te brengen en het zich op een goede manier eigen te maken omdat onze samenleving nu eenmaal doordrenkt is van IT. Ik denk dat dat alleen nog maar erger wordt. Kinderen moeten zodoende IT-vaardig en mediawijs zijn. En dat worden ze in het verlengde van voorgaande vooral als ze er mee werken.

Uiteraard moeten kinderen ook nog wel dingen met hun handen blijven doen (handvaardigheid) en vooral ook sporten, maar ik vind het zelf bijvoorbeeld heel vreemd dat er heel veel tijd wordt besteed aan leren schrijven en niet aan type-vaardigheden. Ikzélf werk al bijna papierloos en ik ben toch van de generatie voor wie IT geen vanzelfsprekenheid is/was. Ik pleit niet voor volledig digitaal onderwijs maar wel voor blended learning waarbij er een goede balans is tussen digitaal en analoog onderwijs.

Ten tweede pleit ik in het verlengde van Vier in Balans voor een goede balans tussen technische infrastructuur, content, kennis en vaardigheden en visie (en een adequate IT-organisatie). Nicholas Carr zei het al: IT doesn’t matter. Waarmee hij bedoelde dat sec de investering in IT-infrastructuur niet tot verbeteringen leidt.

Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we in balans ontwikkelen de leerresultaten in brede zin zullen toenemen. Harde bewijzen op basis van verantwoord wetenschappelijk onderzoek heb ik nog niet. Maar zoals een leerkracht deze week in één van de vele reacties zei: we zijn nog maar net begonnen.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *