Continuous Improvement voor verbetering vatbaar

continuous improvementOp 6 april j.l. was ik te gast op de personeelsdag van Stichting Fluenta, een stichting voor PCBO in Houten, Nieuwegein, Vianen, IJsselstein en binnenkort ook Leersum. Eén van de sprekers op de personeelsdag was Jay Marino: directeur van een aantal scholen in San Fransisco die ook in Nederland de methode van Continious Improvement promoot en toevallig in Nederland was. Ik was onder de indruk van de manier waarop binnen deze methode de leerlingen eigenaar worden gemaakt van hun leerproces en kunnen werken aan hun 21e eeuwse vaardigheden. Maar .. ik zag ook ruimte voor verbetering.

 

Wat omvat de methode?

Kern binnen de methode van Continious Improvement zijn de zogenaamde Classroom Learning Communities. Uitgangspunt is dat de klas niet van de leerkracht is maar van de leerlingen. De leerlingen maken onder begeleiding van de leerkracht afspraken met elkaar over leefregels zoals die door de klas worden gehanteerd, maar ook over (leer)doelen die worden nagestreefd. De mate waarin doelen behaald wordt op basis van de resultaten die worden behaald via een zogenaamde datamuur in de klas. Overigens altijd zonder dat deze herleidbaar zijn tot individuele prestaties. Achterliggende gedachte hierbij is dat de leerlingen elkaar stimuleren om de lat voor de groep steeds hoger te leggen en op die manier het groepsgemiddelde steeds verder op te schroeven.

 

Verbeterpunten

Binnen de methode werken de leerlingen aan burgerschap (op micro niveau), hun analytische vermogens, hun presentatieskills etc. Waar zij voor zover ik heb kunnen nagaan niet of nauwelijks aan werken zijn echter hun digitale vaardigheden. Wat niet alleen mij maar ook anderen direct opviel was dat er sprake was van een enorme papierwinkel. Kinderen bouwen weliswaar vanaf dag 1 een portfolio op, maar op papier. Ook de evaluaties van opdrachten worden allemaal op papier vastgelegd. Misschien dat al het beeldmateriaal dat werd getoond broodnodig aan een update toe is, maar ik heb bijvoorbeeld geen tablet of laptop gezien. En dat in 2016.

Niet dat alles volgens mij digitaal zou moeten, maar er is toch heel veel winst te behalen door een aantal zaken te digitaliseren. Waardoor ouders bijvoorbeeld dagelijks te prestaties van hun kind kunnen volgen en niet zijn aangewezen op een periodieke bijpraatsessie. Die overigens wel geleid wordt door de leerling. Dat dan wel weer.

 

Vraagteken

Wat mij verder opviel in de methode is dat er erg veel aandacht is voor de prestaties van de groep. Alles is er op gericht het groepsgemiddelde voor bijvoorbeeld rekenen continue te verhogen. Maar hoe verhoudt zoiets zich tot de huidige tendens van differentiatie en optimaal ontwikkelen van individuele talenten? Nou ja, dat is voer voor de onderwijskundigen…

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *