Privacy in het onderwijs: meer dan informatiebeveiliging

privacy in het onderwijsAfgelopen dinsdag organiseerde Studium Generale van de Universiteit Utrecht in samenwerking met Setup media voor de derde keer de zogenaamde Privacyrede. Spreekster was dit keer prof. dr. Mireille Hildebrandt (RUN en VU Brussel). Zij hield een uiteenzetting over privacy in het onderwijs. Een actueel onderwerp. Er was dan ook veel interesse. Ik heb geprobeerd het verhaal samen te vatten maar dat viel niet mee gezien het tempo waarin een groot aantal termen en inzichten werd geïntroduceerd.

Nieuwe dimensie

Hildebrandt voegt mijns inziens een nieuwe dimensie toe aan het privacydebat door de definitie die zij hanteert van privacy, te weten: privacy is het recht om zonder onredelijke beperkingen een eigen identiteit te ontwikkelen. Vanuit die definitie ging Hildebrandt niet in op de privacyrisico’s die voortkomen uit  hacking of overheden die allerlei gegevens opvragen. Wel ging zij in op het feit dat in het onderwijs:

  • steeds meer gegevens gekoppeld worden;
  • steeds meer gebruik wordt gemaakt van machineleren;
  • computers steeds slimmer worden.

Met betrekking tot het eerste punt refereert Hildebrandt aan het feit dat bijvoorbeeld in het onderwijs wordt gewerkt aan één pseudoniem voor leerlingen in de totale onderwijsketen. De vraag die dit volgens Hildebrandt oproept is in hoeverre het voor leerlingen nog mogelijk is om fouten te maken zonder dat deze hen de rest van hun leven achtervolgen. Hoe kom je van een etiket af dat ooit op je is geplakt? Al dan niet op basis van beoordelingen door een computer middels learning analytics.

Met het tweede punt doelt Hildebrandt op het feit dat middels adaptieve leeromgevingen leerlingen sterk door de computer gestuurd worden en te weinig geprikkeld worden om creatief na te denken. Zij voeren een handeling uit een vervolgens komt er vanuit het systeem een reactie.

Met het laatste punt duidt Hildebrandt op het feit dat computers zelf ook steeds slimmer worden en voor we het weten slimmer zijn dan wij. Zij noemde als voorbeeld de supercomputer Watson van IBM.

Het risico is volgens Hildebrandt dat wij steeds minder creatief worden en steeds afhankelijker van computers. Waardoor we de grip kwijtraken en geen eigen identiteit kunnen creëren. Volgens de eerdergenoemde definitie is dat een schending van de privacy

Wat te doen?

Wat moet er volgens Hildebrandt gebeuren om voorgaande te voorkomen? Moeten we bijvoorbeeld een rem zetten op technologische ontwikkelingen en afzien van de inzet van IT in het onderwijs? Nee, dat hoeft volgens haar niet. Maar we moeten wel kritisch kijken naar waar we de grens trekken. Niet alles wat kan hoef je ook te doen, zo stelt Hildebrandt.

Daarnaast pleit zij ervoor dat we leerlingen andere vaardigheden bijbrengen dan nu. Zo zouden leerlingen moeten leren programmeren, zou er meer aandacht moeten worden besteed aan het vak statistiek en moet de creativiteit worden bevorderd door leerlingen zaken vanuit meerdere perspectieven te laten bekijken. Dit om ervoor te zorgen dat leerlingen minder afhankelijk worden van de techniek, aan eigen oordeelsvorming kunnen doen en een eigen identiteit kunnen ontwikkelen.

Ik vond het een interessant verhaal. Ik hoop dat ik het goed geïnterpreteerd heb. Stof tot nadenken…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *