Innoveren: hoe doe je dat?

vraagtekenOnder invloed van met name nieuwe technologieën verandert onze leefwereld in razend tempo. Verandering lijkt zo ongeveer de enige constante te zijn. Onderwijsorganisaties kunnen hier niet bij achter blijven. Immers: op langere termijn beredeneerd moeten kinderen worden voorbereid op de toekomst en op korte termijn moet het onderwijs aansluiten op de belevingswereld van kinderen. Anders bereik je ze niet. Hoe zorg je dat je als onderwijsorganisatie mee gaat in de ontwikkelingen?

 

Dilemma’s

Bovenstaande vraag wordt ingegeven door dilemma;s waar ik zowel als consultant binnen het onderwijs als ook als lid van de Raad van Toezicht binnen een PO-instelling tegenaan loop. Deze hebben vooral te maken met de vraag hoe sterk bijvoorbeeld een CvB en een centrale organisatie binnen een stichting met meerdere scholen innoveren moeten/kunnen aanjagen. Vanuit bedrijfsmatig perspectief kan het wenselijk zijn om de vereiste/gewenste denkkracht centraal te organiseren. Echter, hoe voorkom je in dat geval dat je de autonomie van de teams in de scholen teveel aantast?

Andersom, als je de verantwoordelijkheid voor innovatie volledig bij teams in de scholen neerlegt, maar innovatie komt naar de mening van het CvB en eventueel een RvT te weinig van de grond doordat de waan van de dag op scholen overheerst, wat dan?

 

Meningen lopen sterk uiteen

Ik ben maar eens gaan zoeken. Zowel op internet alsook in mijn boekenkast. Ik stuitte daarbij zowel op Angelsaksische als Rijnlandse benaderingen. De meningen lopen sterk uiteen. De één roept dat je medewerkers bijvoorbeeld een training creativiteit moet geven. Anderen stellen dat dergelijke trainingen niet werken omdat deze onderdeel uitmaken van een bureaucratische aanpak die nooit kan werken.

 

Ik ben er nog niet helemaal uit

Ik heb ondertussen het nodige gelezen. Zo wees de bestuurder van de stichting waar ik in de RvT zit mij op het rapport van de Onderwijsraad met betrekking tot de invulling van professionele ruimte door leerkrachten. Dit rapport blijkt heel veel raakvlakken te hebben met bijvoorbeeld de theorie van Swierenga en Elmers over klantencratieën (Rijnlands model). Een mooie uitspraak die ik in het rapport tegenkwam is die van een deelnemer aan de onderwijsdialoog professionele ruimte die stelde dat handelingsvermogen van docenten/leerkrachten vraagt om 3 R’s, te weten Richting, Ruimte en Ruggesteun. Dat is volgens mij ook wat in belangrijke mate nodig is voor innovatie en wat het spanningsveld zoals ik dat aan het beging schetste kan opheffen.

Alle vragen zijn echter nog niet beantwoord. Ik zoek dus nog even door. Binnenkort meer over innoveren…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *