Onderwijsraad: onderwijs moet doordacht digitaliseren!

Vorige week verscheen het adviesrapport “Doordacht digitaal” van de Onderwijsraad. De Onderwijsraad beantwoordt hierin naar eigen zeggen de vraag hoe het onderwijs om kan gaan met de toenemende digitalisering in de samenleving. De Onderwijsraad constateert dat de digitalisering van het onderwijs achterblijft bij de digitalisering van de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwt de Raad voor de gevaren van digitalisering. Zie daar de titel van het rapport:

Belang van (doordachte) digitalisering onderwijs

Gegeven de mate van digitalisering van onze samenleving is de vraag of digitalisering een rol moet spelen in het onderwijs volgens de Onderwijsraad een gepasseerd station. Digitalisering van het onderwijs, zo wordt gesteld, is nodig om jongeren voor te bereiden op deelname aan onze digitale maatschappij.

Het is volgens de Onderwijsraad net als met het halen van een zwemdiploma. Zwemmen kun je niet leren door alleen droog te zwemmen. Om voorbereid te zijn op de digitale samenleving moet je met digitale middelen leren werken en omgaan.

Vaardigheden die leerlingen zich eigen moeten maken zijn de volgende:

  1. ICT-basisvaardigheden (de zogenoemde ’knoppenvaardigheid’);
  2. informatievaardigheden (het kunnen zoeken en beoordelen van informatie op het internet);
  3. mediawijsheid (wat doe je wel en niet op het internet?);
  4. ‘computational thinking’ (“vaardigheden die essentieel zijn om problemen op te lossen waarbij veel informatie, variabelen en rekenkracht nodig zijn”)

Opvallend is dat de Onderwijsraad niet als argument gebruikt dat digitalisering tot betere onderwijsresultaten leidt. Dit is volgens de Onderwijsraad namelijk slechts in specifieke situaties het geval. Scholen moeten volgens de Raad dan ook voor iedere specifieke situatie bekijken of en wat digitalisering kan bijdragen.

Daarnaast wijst de Onderwijsraad op mogelijke ongewenste neveneffecten bij verkeerde vormen van digitalisering:

  • het risico bestaat dat door tijd- en plaatsonafhankelijk leren de onderlinge contacten afnemen; op langer termijn zou dit gevolgen kunnen hebben voor de sociale cohesie in onze samenleving;
  • de schijnbaar eenvoudige toegang tot informatie via het internet ertoe leidt er volgende de Onderwijsraad toe dat het niet meer nodig lijkt om deze informatie te onthouden en dat de parate feitenkennis afneemt. Dit heeft negatieve gevolgen, zo stelt de Raad, voor de kennisopbouw in ons langetermijngeheugen, waar bestaande kennis noodzakelijk is als basis voor nieuwe kennis. Maar een smallere basis van feitenkennis heeft ook gevolgen voor het kunnen toepassen van kennis, bijvoorbeeld bij wiskunde. Bovendien is kennis noodzakelijk voor het ontwikkelen van vaardigheden.
  • digitalisering kan een bedreiging vormen voor een veilig pedagogisch didactisch klimaat; denk hierbij vooral aan cyberpesten

De stand van zaken

De Onderwijsraad constateert dat het onderwijs nog onvoldoende in staat is om op een doordachte manier om te gaan met de snelle maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van digitalisering. Dit uit zich, zo stelt de Raad, allereerst in de grote variatie in de mate waarin en de wijze waarop ict-toepassingen in het onderwijs worden ingezet. Uit onderzoeken zoals Vier in Balans blijkt weliswaar dat het gebruik van IT in de les toeneemt: in veel gevallen beperkt het zich nog tot “iets opzoeken op internet” of het gebruik van een digibord. E.e.a. blijkt sterk afhankelijk te zijn van de vaardigheden van leerkracht/docent.

Het onvermogen op een doordachte manier met digitalisering om te gaan uit zich volgens de Onderwijsraad ten tweede in het feit dat op te veel onderwijsinstellingen slechts een beperkte visie op de relatie tussen ICT en onderwijs aanwezig is of dat deze volledig ontbreekt.

Wat er moet gebeuren

De digitalisering van onze samenleving raakt volgens de Onderwijsraad het onderwijs op de volgende drie gebieden:

  1. de leerdoelen: moet je in een tijd waarin informatie alom tegenwoordig is niet minder tijd besteden aan kennisoverdracht en meer tijd besteden aan het bijbrengen van vaardigheden. Bijvoorbeeld de vaardigheid om feiten van fictie te onderscheiden? Denk maar aan de huidige discussie rond “nepnieuws”.
  2. de leermiddelen: in hoeverre wil je als onderwijs organisatie gebruik maken van bijvoorbeeld video-instructies (MOOC’s), adaptieve software, samenwerktools etc?
  3. de organisatie: moeten leerlingen studenten nog wel allemaal op dezelfde tijd naar dezelfde fysieke ruimte komen om iets te leren. Moeten ze allemaal in hetzelfde tempo hetzelfde leren en op hetzelfde moment getoetst worden? Of moet je daar veel meer in differentiëren.

De nieuwe technologieën die beschikbaar zijn en komen maken dat je als onderwijsorganisatie een antwoord moet hebben op deze vragen. Waarbij het uitgangspunt van de Onderwijsraad dus is dat niets doen geen optie is.

De onderwijsraad doet de volgende aanbevelingen om te komen tot wat zij noemt “doordachte digitalisering”:

1 Ten eerste moeten randvoorwaarden voor digitalisering worden gegarandeerd, waardoor het onderwijs wordt ontlast. Dit kan volgens de Onderwijsraad door:

  • technische aspecten los te koppelen van de inhoud van digitale onderwijstoepassingen: de technische aspecten dienen volgens de raad collectief te worden vormgegeven, zodat niet elke uitgever of ontwikkelaar dit voor eigen producten hoeft te doen en scholen niet worden opgezadeld met een keur aan technische systemen die niet op elkaar aansluiten. De raad pleit voor een samenwerkingsverband van overheid, onderwijs, uitgeverijen, technologische bedrijven en ouders, waarin aanbesteding en vormgeving van deze technische aspecten kan worden opgepakt. E.e.a. komt volgens de Onderwijsraad binnen de huidige “Doorbraakprojecten” nog te weinig van de grond.
  • in te staan voor de veiligheid en privacy van betrokkenen: hiervoor moeten onderwijsinstellingen de beschikking hebben over een ‘security officer’ (iets wat sowieso ook moet op basis van de GDPR) en dienen zij zich beter bewust te zijn van de risico’s op het gebied van internetbeveiliging, de gevaren van cyberaanvallen en hun eigen verantwoordelijkheid in deze.
  • de basale infrastructuur op orde te brengen: scholen dienen over een adequate internetverbinding te beschikken en ergonomisch verantwoorde hardware. Opvallend is dat de Onderwijsraad pleit voor vaste opstellingen met grote beeldschermen, terwijl de hele wereld naar mobiel neigt.
  • de kosten van digitalisering te overzien en waar nodig de begroting te herzien: de Onderwijsraad concludeert dat er nu te weinig zicht is op hoeveel er nu wordt uitgegeven aan digitalisering. Dit dient inzichtelijke te worden gemaakt voordat eventuele aanvullende budgetten worden vrijgemaakt.

2 Ten tweede dient het eigenaarschap van digitalisering in het onderwijsveld te worden vergroot. Volgens de Onderwijsraad is het hiervoor nodig dat:

  • de inhoudelijke vraagsturing vanuit het onderwijsveld wordt versterkt: het onderwijsveld dient dit zelf op te pakken, maar heeft hierbij initieel meer ondersteuning nodig dan beschikbaar is. Die ondersteuning kan de rijksoverheid volgens de Onderwijsraad versterken door uitbreiding van de taken, bevoegdheden en financiering van organisaties die digitalisering van het onderwijs namens de rijksoverheid faciliteren en aanjagen.
  • het ontwikkelen, delen en bewerken van open leermiddelen wordt gefaciliteerd en beloond: om open onderwijs een serieuze stimulans te geven, zo stelt de Raad, dient de ontwikkeling uit de sfeer van hobbyisme en altruïsme getrokken te worden.
  • de digitale deskundigheid in het onderwijsveld wordt uitgebouwd: het gaat hierbij volgens de Raad niet alleen om deskundigheid die nodig is om digitale leermiddelen in te zetten in de les, maar ook om deskundigheid die nodig is om eigenaarschap vorm te geven: het formuleren van de vraag aan de aanbieders van leermiddelen in de markt, het zelf ontwikkelen, delen en bewerken van materialen voor wie dat wil en kan, en het beoordelen van beschikbare materialen aan de hand van kennis over onder meer het curriculum, kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus. Niet iedere leraar, zo stelt de Raad, hoeft dit allemaal te kunnen en te weten, maar op teamniveau zou deze digitale deskundigheid geborgd moeten zijn.

 

3 Ten derde dienen digitale toepassingen te worden verkend om ervaring op te doen en visie te ontwikkelen. Hiervoor is het volgens de Onderwijsraad nodig dat:

  • leraren worden gestimuleerd om digitale toepassingen uit te proberen: het experimenteren kan volgens de Raad aantrekkelijker worden gemaakt door te beginnen met kleine digitale toepassingen die veel kans hebben op een succeservaring. Daarnaast kan de aantrekkingskracht vergroot worden door leraren en docenten voldoende tijd te geven voor het experimenteren in de praktijk en door voldoende ondersteuning vanuit schoolleiding, bestuur en de wetenschap te bieden.
  • pilots worden verbonden aan gezamenlijke visieontwikkeling: hiertoe dienen van te voren doelen aan een pilot te worden gekoppeld, dient te worden bepaald hoe het effect van een pilot kan worden gemeten en dient de pilot goed te worden geëvalueerd;
  • bij opschaling rekening wordt gehouden met mogelijke keerzijden van digitalisering; deze mogelijke keerzijden zijn hiervoor reeds genoemd.

Evenwichtig rapport

De Onderwijsraad heeft naar mijn mening een evenwichtig rapport opgeleverd. Op basis van de eerste publicaties die erover verschenen dacht ik dat hun oproep was om zonder meer meer te digitaliseren. Ik had het woord “doordacht” toen ik begon te schrijven dan ook tussen aanhalingstekens geplaatst. Die heb ik bij verder lezen van het rapport echter weer weggehaald. De Raad heeft er zelf ook goed over nagedacht. Weliswaar vindt men het gezien de ontwikkelingen in de samenleving onvermijdelijke dat het onderwijs wordt gedigitaliseerd, maar het pleidooi is toch vooral ook om dit niet als “een kip zonder kop” te doen. Tja, daar kun je het toch alleen maar mee eens zijn?

In de aanbevelingen komen de verschillende elementen uit Vier in Balans mooi terug en ik ben het eens met het pleidooi om een basisinfrastructuur neer te zetten op basis waarvan scholen experimenten kunnen opstarten met educatieve toepassingen en op die manier gaandeweg hun visie op IT in deklas kunnen ontwikkelen. Door er vervolgens voor te zorgen dat ervaringen binnen teams en stichtingen gedeeld worden moet het vliegwiel daar waar het nog niet op gang gebracht is volgens mij alsnog op gang gebracht kunnen worden. Maar gelukkig gebeurt er al heel veel ….

 

2 thoughts on “Onderwijsraad: onderwijs moet doordacht digitaliseren!

    • Redactie zegt:

      Beste Beppie,

      Bedankt voor je interesse in ons blog. We hebben je aan de mailinglijst toegevoegd.

      Met vriendelijke groet,

      Redactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *