Impressie onderzoeksconferentie 2017

Afgelopen week hield een nieuwe uitbraak van ransomware de wereld in haar greep. Die indruk werd althans gewekt door de pers. Er waren afgelopen woensdag toch ook nog 700 mensen die zich los hadden weten te rukken van de dagelijkse hectiek om meer beschouwend met IT bezig te zijn. Tijdens de Onderzoeksconferentie 2017. Ook ik was naar de Flint in Amersfoort getogen om te horen wat wel en niet werkt met IT in de klas. Een korte samenvatting.

Ochtendprogramma

Het ochtendprogramma bestond uit een aantal korte pitches waarin wetenschappers de resultaten van hun onderzoeken presenteerden. Wat blijkt?

  • Er is tot nu toe beperkt onderzoek gedaan naar de invloed van programmeren op computational thinking (probleemoplossend denken, modelleren, abstraheren, debuggen, ordenen). De onderzoeken die tot nu toe zijn gedaan wijzen uit dat programmeren er vooral bij VO leerlingen in de onderbouw toe leidt dat computerkennis en programmeervaardigheden toenemen. Met betrekking tot andere vaardigheden worden nauwelijks of geen verbeteringen geconstateerd.
  • Met betrekking tot virtual reality kan nog niet worden aangegeven wat de gevolgen zijn voor het onderwijs. Er zijn tot nu toe veel verkennende studies uitgevoerd. De waarde lijkt er vooral in te liggen dat leerlingen meegenomen kunnen worden naar bijzondere locaties, docenten lesstof kunnen verbinden aan ervaringen, dat VR een rol kan spelen bij ontwerpprocessen, dat het een natuurlijke vorm is voor 3D lesstof (denk aan anatomie-lessen) en dat leerlingen meegenomen kunnen worden in de verkenning en verdere ontwikkeling van VR (in het kader van mediawijsheid).
  • Van 10 jarigen heeft 68% een smartphone, van 12 jarigen 92%. Meest gebruikte toepassing is Whatsapp. Lezen van langere teksten doen leerlingen het liefst van papier en het maken van huiswerk doet ruim 50% ook het liefst van papier. Terwijl wel 80% informatie het liefst via internet opzoekt. Digitale vaardigheden doen leerlingen (71%) vooral in vrije tijd op. 7% vooral op school. Vooral voor deze laatste groep is het dan ook van belang dat in het onderwijs aandacht besteed blijft worden aan digitale vaardigheden, mediawijsheid etc.
  • HAVO/VWO leerlingen hebben qua digitale vaardigheden een grote voorsprong op VMBO-leerlingen. Het ontstaan van een digitale kloof is zodoende een reëel gevaar. Vooral in het praktijkonderwijs hebben scholen een rol bij het ontwikkelen van digitale geletterdheid.
  • Het blijkt dat leerlingen die veel gebruik maken van social media gemiddeld lagere schoolprestaties hebben dan degenen die er weinig gebruik van maken (gemiddeld een 6.,5 versus gemiddeld een 6,9). Het lijkt niet uit te maken of jongeren de smartphone mee naar kamer nemen tijdens huiswerk. Wat wel van invloed lijkt te zijn is of kinderen hun smartphone ’s avonds mee naar bed nemen.
  • Typen blijkt een positief effect te hebben op spellen, stellen en inhoud van verhalen. Schrijven heeft een positief effect op begrip en fijne motoriek. Beide zijn dus nodig. Waarbij kinderen in de onderbouw vooral moeten schrijven en in de bovenbouw meer typen.
  • Bestuurders hebben de ambitie om meer gebruik te maken van ICT. Zij verwachten de grootste groei t.a.v. toepassingen die nu nog nauwelijks gebruikt worden. De toepassingen die thuis het meest gebruikt worden, worden op school het minst ingezet.

Middagprogramma

Het middagprogramma ging over goede digitale prentenboeken, goede video-instructie en goede digitale toetsen.

  • Voor wat betreft de digitale prentenboeken was de boodschap dat het vooral belangrijk is om niet te veel speelse elementen in te voegen en niet te veel aanklikmogelijkheden. Waardoor de meerwaarde van een digitaal prentenboek ten opzichte van een gewoon prentenboek voor zover ik kon nagaan beperkt blijft tot het feit dat een leerling zich toch kan laten voorlezen als ouders niet beschikbaar zijn (?).
  • Bij video-instructies blijkt het zo te zijn dat instructies het effectiefst zijn wanneer degene die de instructie heeft een hogere leeftijd heeft (kwaliteit wordt als beter ervaren) en wanneer gefilmd wordt vanuit het perspectief van de kijker (het zogenaamde eerste persoon perspectief). De instructeur hoeft niet perse zichtbaar te zijn. Allemaal principes die bijvoorbeeld door de Kahn academy worden toegepast. Andere zaken die blijken te helpen zijn bijvoorbeeld blurring (om de aandacht te focussen) en segmentering in zinvolle delen. Overigens werd benadrukt dat voor het oefenen van een beroepstaak een effectieve leerstrategie niet zonder double blended learning kan: behalve de combinatie van online leren met face to face leren moet leren op school ook worden gecombineerd met leren op de werkplek
  • Het onderdeel toetsen ging eerlijk gezegd een beetje aan mij voorbij. Er was een aantal zwaar inhoudelijke bijdragen. Wat mij wel opviel is dat er inmiddels toepassingen zijn die het in combinatie met digitaal toetsen mogelijk maken om na te gaan waar het eventueel mis gaat in het leerproces van een leerling. Iets waar veel scholen behoefte aan hebben. Een voorbeeld is RTTI-Online. Daarnaast heb ik kijkje kunnen nemen in de wereld achter adaptieve software. Maar dat was dus wel één van die zwaar inhoudelijke bijdragen.

Afsluiting van de dag

De afsluiting van de dag werd verzorgd door Yuri van Geest, ambassadeur van de Singularity University. Een wereldwijde beweging die er vanuit gaat dat verschillende exponentieel groeiende technologieën, denk bijvoorbeeld aan biotechnologie, nanotechnologie, zonnecellen en sensoren, elkaar gaan versterken wat zal leiden tot radicale innovatie voor de grote vraagstukken van de hedendaagse wereld. Of, simpeler gezegd, technologie zal voor oplossingen zorgen voor problemen op het gebied van water, voedsel, onderwijs, zorg en meer. “Door technologie gaan we van schaarste naar overvloed.” (bron: marketingfacts.nl).

Volgens Yuri van Geest ontwikkelt de technologie zich veel sneller dan de mensheid. Met de komst van de quantum-computer, zo stelt hij, doet de wet van Ross zich gelden: dit is de wet van Moore op de wet van Moore. In dat kader moet het onderwijs ervoor zorgen dat menselijke kwaliteiten verder ontwikkeld worden zodat mensen zich kunnen onderscheiden ten opzichte van quantum computers in combinatie met kunstmatige intelligentie en robots.

Filosofie en geschiedenis, kunst en cultuur worden steeds belangrijker, zo stelt hij. Vaardigheden die ontwikkeld moeten worden zijn nieuwsgierigheid, kwetsbaarheid/ veerkracht, creativiteit, samenwerken en leren leren/omleren. Het onderwijs zelf zou meer dan nu moeten experimenteren aan de randen van het onderwijs.

Ik had de indruk dat de urgentie van de boodschap van Van Geest niet erg overkwam bij de aanwezigen. Hij is echter niet de enige die beweert dat de komende 10-20 jaar 80% van de huidige banen zal verdwijnen of zal veranderen qua inhoud. Het is zodoende niet alleen van belang om de komende jaren met IT in de klas aan de slag te gaan maar ook na te denken over waar leerlingen voor moeten worden opgeleid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *