Meten is weten

Weet u wel wat u betaalt voor het gebruik van software in uw school? Hoeveel u betaalt (de Euro’s) zal wel duidelijk zijn maar waarvoor (het gebruik) is een heel ander verhaal. Op menig school wordt er betaald voor toepassingen die men nooit gebruikt en tegelijkertijd worden andere toepassingen min of meer illegaal de klas in gereden. Het ontbreekt aan inzicht en zonder dat kan je nooit goede beslissingen nemen.

Meten is weten. Deze week werd dat weer eens aan de kaak gesteld in een heel andere sector dan het onderwijs: de publieke omroep. Elke ochtend publiceert men trouw de kijkcijfers van de afgelopen dag. Al jarenlang wordt getwijfeld aan deze cijfers. De kijkcijfers worden gemeten door 1250 kastjes die het kijkgedrag van 2750 mensen registreren. Vond ik altijd al een gek idee. Hoewel deze personen ongetwijfeld ‘random’ zijn gekozen om een representatieve groep te zijn hebben ze wel een ding gemeen: ze kijken nog traditionele (lineaire) televisie. Maar voor een steeds groter worden de groep zijn diensten als YouTube en Netflix met afstand het belangrijkste medium. Mijn kinderen kijken niet of nauwelijks nog naar de ‘gewone’ tv.

Nu is het niet de eerste keer dat de publieke omroep blijkt geeft van een hopeloos verouderde visie op het medialandschap. Zo is men recent gestart met een ‘uitzending gemist’ dienst waar je voor moet betalen. Dan kan je dus naar eerder uitgezonden programma’s kijken en dat ook nog eens in een belabberde kwaliteit. Geen HD, laat staan Ultra HD. En daar moet je bijna net zoveel voor betalen als een Netflix abonnement. Dat wordt dus helemaal niks. Overigens riep diezelfde omroep enkele maanden geleden dat Nederlanders nog altijd ruim de voorkeur geven aan het traditionele tv kijken. Hoewel de cijfers in verschillende onderzoeken nogal uiteenlopen is een conservatieve schatting dat dit 65% bedraagt. Ik ken geen bedrijf dat een juichend persbericht de deur uit doet gaan om te melden dat ‘slechts’ 35% van de klanten zijn weggelopen…..

Tijdens een project dat wij uitvoerde bij een relatief grote onderwijsinstelling bleek dat men maandelijks aan een dienstverlener een bedrag betaalde voor de dienst ‘school TV’. Uit navraag bleek echter dat men deze dienst helemaal niet gebruikte. “Wij kijken YouTube”. En zo is het vaak ook met licenties voor met name educatieve applicaties. Als wij goed inzoomen op het aantal keer dat een applicatie is gestart (dat kan je namelijk inzichtelijk maken) komen we geregeld tot opmerkelijke resultaten. Er wordt in de regel teveel betaald. Tegelijkertijd wordt er met enige regelmaat gebruik gemaakt van diensten die niet bedoeld zijn om in de klas te laten zien. In mijn schooltijd reed de docent biologie af en toe een tv met videorecorder naar binnen om naar een mooie documentaire kijken. Prima aanvullende lesstof. Maar niet legaal want dat had de beste man thuis opgenomen voor persoonlijk gebruik. Niet voor in de klas. De moderne variant hierop is Netflix. Het is wachten op de eerste ‘bekeuring’ voor het illegaal kijken van Netflix in de klas.

Er is prima software verkrijgbaar om (onder meer) licenties te registeren. En ook het inzichtelijk maken van het aantal keer dat een applicatie wordt opgestart is echt geen rocket science. Maar steeds meer software wordt als dienst afgenomen en leveranciers zoals uitgevers zijn niet allemaal even happig op het vrijgeven van het daadwerkelijk gebruik. Het is immers hun verdienmodel. Dat betekent niet dat u het daar moet bij laten zitten. Het is immers het geld van de school. Meten, registreren en waterdichte afspraken maken met uw leveranciers (en deze controleren) is een essentieel onderdeel van een IT-regieorganisatie. Want alleen dan kunt u goed sturen op het beoogde resultaat. Zeker ook in financiële zin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *